HVDV0509_063.png





Kunst komt uit ‘leven’.

Bewust leven. Opgedrongen normen opzij duwen : de basis van onze eigenheid, onze echte persoonlijkheid.
 
Leven met verwondering. Oog hebben voor het wonder rondom ons en vooral voor het anders zijn van de anderen. En daardoor werken aan ons eigen groeiproces. 
 
Groeikracht – groeien – ontplooien – evolueren – groeipijn ervaren – kwetsbaarheid – twijfel – vergankelijkheid – jubel en glorie … een eindeloze bron van inspiratie.
 
De totale ontplooiing –geest en lichaam- die uiteindelijk de zin van het leven invult, is pas mogelijk vanaf het moment dat men lichamelijkheid aanvaardt. Met alles wat dat in-houdt …
 
Persoonlijk beleefde en verwerkte emoties, vertaald in een andere materie dan wat wij zelf zijn, via een gedragen vakbeheersing is KUNST. Hierbij is originaliteit totaal onbelangrijk en van geen enkele waarde. Authenticiteit daarentegen is de belangrijkste waarde. De enige die de tijdsgebonden, modegerichte en gedicteerde normen overstijgt. En dus eigenlijk ook overbodig maakt.

Gedragen vakbeheersing is kundigheid als gevolg van ervaring. Zonder ervaring geen kunnen. Dus ook geen kunst.

De tragiek, die het cosmisch avontuur ‘leven’ ongetwijfeld in petto heeft, toevallig of gezocht, veroorzaakt door de mens of door de natuur, kan men ook veel beter verwerken als er evenwicht bestaat tussen geest en lijf – spirit en lichamelijkheid.
 
Opstandigheid, weerzin, afgrijzen, wanhoop, angst en woede ... al die zo vertrouwde gevoelens maken ook deel uit van het leven. Men moet ze kunnen plaatsen. Evenwichtig. Net zoals men geluk en vreugde en blijheid verwerken kan.
 
Het zoeken van dat evenwicht, die balans, doet ons de armen spreiden, zoals een koorddanser het speelt. Van gespreide armen naar ‘vleugels’ is niet zo’n grote stap ...
Met vleugels leert men vliegen. Vlucht nemen.
 
Zoals een vogel.