HVDV0509_051.png





Welkom

Een beeldhouwer is pas beeldhouwer als hij beelden kapt en slaat uit steen of hout. Zijn vechten tegen de materie helpt hem haar te leren kennen en er van te houden. De vormgeving zal hiervan duidelijk het bewijs en het resultaat zijn.


Een kunstenaar die zich op een eerlijke manier ontplooit, die het leven met heel zijn groeiende persoonlijkheid en met al zijn zinnen en zintuigen beleeft, kan tot een eerlijke expressie komen, in, langs en met een andere materie dan de zijne.


De expressie, bekomen door het gebruik van vorm-, kleur-, klank- of ritmeverandering, onderlijnt niet alleen de gekende middelen – zoals gelaatsuitdrukkingen of houdingen – maar kan deze zelfs totaal onbelangrijk en overbodig maken.

 
Het in steen of hout kappen is, evenals het paardrijden, het bewerken van het land en het bevaren van de zee, een kompromis met de natuur. Tenminste als het op een eerlijke manier gebeurt. Het is een kwestie van respectvol geven en nemen. Iemand die toevallig op een paard gaat zitten is daarom nog geen ruiter.
 
Een beeld heeft meer dan een voorkant. Er is een achterkant, een bovenkant en een onderkant. En nog zo heel veel kanten en kantjes die men niet in één blik kan vangen. Maar die allemaal, op hun manier, belangrijk zijn.
 
Een goed beeld kan niet ontstaan zonder de liefde van de beeldhouwer voor de materie. Een kunstwerk dat zo ontstaat moet de indruk geven dat het vanzelf ontstaan en gegroeid is. Het moet “natuurlijk” aandoen.